HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← freewheelen — definition

Conjugation of freewheelen

Regular CEFR C1
ˈfriːˌʋiː.lə(n)

fietsen zonder te trappen (bij een heuvel af rijden of als men al voldoende vaart heeft) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik freewheel
jij / je freewheelt
hij / zij / het freewheelt
wij / we freewheelen
jullie freewheelen
zij / ze freewheelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik freewheelde
jij / je freewheelde
hij / zij / het freewheelde
wij / we freewheelden
jullie freewheelden
zij / ze freewheelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik freewheele
jij / je freewheele
hij / zij / het freewheele
wij / we freewheelen
jullie freewheelen
zij / ze freewheelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik freewheelde
jij / je freewheelde
hij / zij / het freewheelde
wij / we freewheelden
jullie freewheelden
zij / ze freewheelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij freewheel
jullie (archaïsch) freewheelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
freewheelen
Tegenwoordig deelwoord
freewheelend
Voltooid deelwoord
gefreewheeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary