HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← frauderen — definition

Conjugation of frauderen

Regular CEFR C2
frɑu̯ˈdeːrə(n)

fraude plegen, oneerlijk handelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fraudeer
jij / je fraudeert
hij / zij / het fraudeert
wij / we frauderen
jullie frauderen
zij / ze frauderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fraudeerde
jij / je fraudeerde
hij / zij / het fraudeerde
wij / we fraudeerden
jullie fraudeerden
zij / ze fraudeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fraudere
jij / je fraudere
hij / zij / het fraudere
wij / we frauderen
jullie frauderen
zij / ze frauderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik fraudeerde
jij / je fraudeerde
hij / zij / het fraudeerde
wij / we fraudeerden
jullie fraudeerden
zij / ze fraudeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fraudeer
jullie (archaïsch) fraudeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
frauderen
Tegenwoordig deelwoord
frauderend
Voltooid deelwoord
gefraudeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary