HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fotograferen — definition

Conjugation of fotograferen

Regular CEFR C2
foːtoːɣraːˈfeːrə(n)

een afbeelding maken door de projectie van beeld op een lichtgevoelige laag Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fotografeer
jij / je fotografeert
hij / zij / het fotografeert
wij / we fotograferen
jullie fotograferen
zij / ze fotograferen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fotografeerde
jij / je fotografeerde
hij / zij / het fotografeerde
wij / we fotografeerden
jullie fotografeerden
zij / ze fotografeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fotografere
jij / je fotografere
hij / zij / het fotografere
wij / we fotograferen
jullie fotograferen
zij / ze fotograferen
Aanvoegende wijs — verleden
ik fotografeerde
jij / je fotografeerde
hij / zij / het fotografeerde
wij / we fotografeerden
jullie fotografeerden
zij / ze fotografeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fotografeer
jullie (archaïsch) fotografeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
fotograferen
Tegenwoordig deelwoord
fotograferend
Voltooid deelwoord
gefotografeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary