HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← forceeren — definition

Conjugation of forceeren

Regular CEFR B2

obsolete spelling of forceren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik forceer
jij / je forceert
hij / zij / het forceert
wij / we forceeren
jullie forceeren
zij / ze forceeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik forceerde
jij / je forceerde
hij / zij / het forceerde
wij / we forceerden
jullie forceerden
zij / ze forceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik forceere
jij / je forceere
hij / zij / het forceere
wij / we forceeren
jullie forceeren
zij / ze forceeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik forceerde
jij / je forceerde
hij / zij / het forceerde
wij / we forceerden
jullie forceerden
zij / ze forceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij forceer
jullie (archaïsch) forceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
forceeren
Tegenwoordig deelwoord
forceerend
Voltooid deelwoord
geforceerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary