HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← foeteren — definition

Conjugation of foeteren

Regular CEFR B2
ˈfu.tə.rə(n)

iemand met protesten en scheldwoorden overladen. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik foeter
jij / je foetert
hij / zij / het foetert
wij / we foeteren
jullie foeteren
zij / ze foeteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik foeterde
jij / je foeterde
hij / zij / het foeterde
wij / we foeterden
jullie foeterden
zij / ze foeterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik foetere
jij / je foetere
hij / zij / het foetere
wij / we foeteren
jullie foeteren
zij / ze foeteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik foeterde
jij / je foeterde
hij / zij / het foeterde
wij / we foeterden
jullie foeterden
zij / ze foeterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij foeter
jullie (archaïsch) foetert

Onbepaalde vormen

Infinitief
foeteren
Tegenwoordig deelwoord
foeterend
Voltooid deelwoord
gefoeterd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary