HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fnuiken — definición

Conjugation of fnuiken

Regular CEFR B1
/ˈfnœy̯kə(n)/

verminderen, saboteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fnuik
jij / je fnuikt
hij / zij / het fnuikt
wij / we fnuiken
jullie fnuiken
zij / ze fnuiken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fnuikte
jij / je fnuikte
hij / zij / het fnuikte
wij / we fnuikten
jullie fnuikten
zij / ze fnuikten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fnuike
jij / je fnuike
hij / zij / het fnuike
wij / we fnuiken
jullie fnuiken
zij / ze fnuiken
Aanvoegende wijs — verleden
ik fnuikte
jij / je fnuikte
hij / zij / het fnuikte
wij / we fnuikten
jullie fnuikten
zij / ze fnuikten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fnuik
jullie (archaïsch) fnuikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
fnuiken
Tegenwoordig deelwoord
fnuikend
Voltooid deelwoord
gefnuikt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary