HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← floreren — definition

Conjugation of floreren

Regular CEFR C2
flɔreːrə(n)

tot volle ontplooiing gekomen zijn, een bloeiperiode doormaken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik floreer
jij / je floreert
hij / zij / het floreert
wij / we floreren
jullie floreren
zij / ze floreren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik floreerde
jij / je floreerde
hij / zij / het floreerde
wij / we floreerden
jullie floreerden
zij / ze floreerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik florere
jij / je florere
hij / zij / het florere
wij / we floreren
jullie floreren
zij / ze floreren
Aanvoegende wijs — verleden
ik floreerde
jij / je floreerde
hij / zij / het floreerde
wij / we floreerden
jullie floreerden
zij / ze floreerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij floreer
jullie (archaïsch) floreert

Onbepaalde vormen

Infinitief
floreren
Tegenwoordig deelwoord
florerend
Voltooid deelwoord
gefloreerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary