HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← flappen — definición

Conjugation of flappen

Regular CEFR C2

met een ruk gooien, smijten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik flap
jij / je flapt
hij / zij / het flapt
wij / we flappen
jullie flappen
zij / ze flappen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik flapte
jij / je flapte
hij / zij / het flapte
wij / we flapten
jullie flapten
zij / ze flapten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik flappe
jij / je flappe
hij / zij / het flappe
wij / we flappen
jullie flappen
zij / ze flappen
Aanvoegende wijs — verleden
ik flapte
jij / je flapte
hij / zij / het flapte
wij / we flapten
jullie flapten
zij / ze flapten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij flap
jullie (archaïsch) flapt

Onbepaalde vormen

Infinitief
flappen
Tegenwoordig deelwoord
flappend
Voltooid deelwoord
geflapt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary