HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fikken — definition

Conjugation of fikken

Regular CEFR C2
ˈfɪkə(n)

to burn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fik
jij / je fikt
hij / zij / het fikt
wij / we fikken
jullie fikken
zij / ze fikken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fikte
jij / je fikte
hij / zij / het fikte
wij / we fikten
jullie fikten
zij / ze fikten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fikke
jij / je fikke
hij / zij / het fikke
wij / we fikken
jullie fikken
zij / ze fikken
Aanvoegende wijs — verleden
ik fikte
jij / je fikte
hij / zij / het fikte
wij / we fikten
jullie fikten
zij / ze fikten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fik
jullie (archaïsch) fikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
fikken
Tegenwoordig deelwoord
fikkend
Voltooid deelwoord
gefikt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary