HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← feilen — definition

Conjugation of feilen

Regular CEFR B1

falen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik feil
jij / je feilt
hij / zij / het feilt
wij / we feilen
jullie feilen
zij / ze feilen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik feilde
jij / je feilde
hij / zij / het feilde
wij / we feilden
jullie feilden
zij / ze feilden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik feile
jij / je feile
hij / zij / het feile
wij / we feilen
jullie feilen
zij / ze feilen
Aanvoegende wijs — verleden
ik feilde
jij / je feilde
hij / zij / het feilde
wij / we feilden
jullie feilden
zij / ze feilden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij feil
jullie (archaïsch) feilt

Onbepaalde vormen

Infinitief
feilen
Tegenwoordig deelwoord
feilend
Voltooid deelwoord
gefeild

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary