HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fecunderen — definition

Conjugation of fecunderen

Regular CEFR B2
feːkʏnˈdeːrə(n)

to make fertile, to fecundate Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fecundeer
jij / je fecundeert
hij / zij / het fecundeert
wij / we fecunderen
jullie fecunderen
zij / ze fecunderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fecundeerde
jij / je fecundeerde
hij / zij / het fecundeerde
wij / we fecundeerden
jullie fecundeerden
zij / ze fecundeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fecundere
jij / je fecundere
hij / zij / het fecundere
wij / we fecunderen
jullie fecunderen
zij / ze fecunderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik fecundeerde
jij / je fecundeerde
hij / zij / het fecundeerde
wij / we fecundeerden
jullie fecundeerden
zij / ze fecundeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fecundeer
jullie (archaïsch) fecundeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
fecunderen
Tegenwoordig deelwoord
fecunderend
Voltooid deelwoord
gefecundeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary