HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← faxen — definition

Conjugation of faxen

Regular CEFR C2
ˈfɑksə(n)

versturen per fax Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fax
jij / je faxt
hij / zij / het faxt
wij / we faxen
jullie faxen
zij / ze faxen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik faxte
jij / je faxte
hij / zij / het faxte
wij / we faxten
jullie faxten
zij / ze faxten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik faxe
jij / je faxe
hij / zij / het faxe
wij / we faxen
jullie faxen
zij / ze faxen
Aanvoegende wijs — verleden
ik faxte
jij / je faxte
hij / zij / het faxte
wij / we faxten
jullie faxten
zij / ze faxten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fax
jullie (archaïsch) faxt

Onbepaalde vormen

Infinitief
faxen
Tegenwoordig deelwoord
faxend
Voltooid deelwoord
gefaxt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary