HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fatsoeneren — definición

Conjugation of fatsoeneren

Regular CEFR C1
/fɑt.suˈneː.rə(n)/

iets of iemand netjes maken / in orde brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fatsoeneer
jij / je fatsoeneert
hij / zij / het fatsoeneert
wij / we fatsoeneren
jullie fatsoeneren
zij / ze fatsoeneren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fatsoeneerde
jij / je fatsoeneerde
hij / zij / het fatsoeneerde
wij / we fatsoeneerden
jullie fatsoeneerden
zij / ze fatsoeneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fatsoenere
jij / je fatsoenere
hij / zij / het fatsoenere
wij / we fatsoeneren
jullie fatsoeneren
zij / ze fatsoeneren
Aanvoegende wijs — verleden
ik fatsoeneerde
jij / je fatsoeneerde
hij / zij / het fatsoeneerde
wij / we fatsoeneerden
jullie fatsoeneerden
zij / ze fatsoeneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fatsoeneer
jullie (archaïsch) fatsoeneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
fatsoeneren
Tegenwoordig deelwoord
fatsoenerend
Voltooid deelwoord
gefatsoeneerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary