HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← farmen — definición

Conjugation of farmen

Regular CEFR B1
/ˈfɑrmə(n)/

to farm, to grind Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik farm
jij / je farmt
hij / zij / het farmt
wij / we farmen
jullie farmen
zij / ze farmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik farmde
jij / je farmde
hij / zij / het farmde
wij / we farmden
jullie farmden
zij / ze farmden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik farme
jij / je farme
hij / zij / het farme
wij / we farmen
jullie farmen
zij / ze farmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik farmde
jij / je farmde
hij / zij / het farmde
wij / we farmden
jullie farmden
zij / ze farmden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij farm
jullie (archaïsch) farmt

Onbepaalde vormen

Infinitief
farmen
Tegenwoordig deelwoord
farmend
Voltooid deelwoord
gefarmd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary