HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fantaseren — definition

Conjugation of fantaseren

Regular CEFR C2
fɑntaːˈzeːrə(n)

dagdromen, dingen verzinnen die (nog) niet waar zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fantaseer
jij / je fantaseert
hij / zij / het fantaseert
wij / we fantaseren
jullie fantaseren
zij / ze fantaseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fantaseerde
jij / je fantaseerde
hij / zij / het fantaseerde
wij / we fantaseerden
jullie fantaseerden
zij / ze fantaseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fantasere
jij / je fantasere
hij / zij / het fantasere
wij / we fantaseren
jullie fantaseren
zij / ze fantaseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik fantaseerde
jij / je fantaseerde
hij / zij / het fantaseerde
wij / we fantaseerden
jullie fantaseerden
zij / ze fantaseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fantaseer
jullie (archaïsch) fantaseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
fantaseren
Tegenwoordig deelwoord
fantaserend
Voltooid deelwoord
gefantaseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary