HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← factureren — definition

Conjugation of factureren

Regular CEFR B2
fɑktyˈreːrə(n)

een factuur opmaken van, op een factuur vermelden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik factureer
jij / je factureert
hij / zij / het factureert
wij / we factureren
jullie factureren
zij / ze factureren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik factureerde
jij / je factureerde
hij / zij / het factureerde
wij / we factureerden
jullie factureerden
zij / ze factureerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik facturere
jij / je facturere
hij / zij / het facturere
wij / we factureren
jullie factureren
zij / ze factureren
Aanvoegende wijs — verleden
ik factureerde
jij / je factureerde
hij / zij / het factureerde
wij / we factureerden
jullie factureerden
zij / ze factureerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij factureer
jullie (archaïsch) factureert

Onbepaalde vormen

Infinitief
factureren
Tegenwoordig deelwoord
facturerend
Voltooid deelwoord
gefactureerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary