HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fabuleren — definition

Conjugation of fabuleren

Regular CEFR B2

verzinsels vertellen en wel zodanig dat men er zelf in gaat geloven (-> Münchhausen) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fabuleer
jij / je fabuleert
hij / zij / het fabuleert
wij / we fabuleren
jullie fabuleren
zij / ze fabuleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fabuleerde
jij / je fabuleerde
hij / zij / het fabuleerde
wij / we fabuleerden
jullie fabuleerden
zij / ze fabuleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fabulere
jij / je fabulere
hij / zij / het fabulere
wij / we fabuleren
jullie fabuleren
zij / ze fabuleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik fabuleerde
jij / je fabuleerde
hij / zij / het fabuleerde
wij / we fabuleerden
jullie fabuleerden
zij / ze fabuleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fabuleer
jullie (archaïsch) fabuleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
fabuleren
Tegenwoordig deelwoord
fabulerend
Voltooid deelwoord
gefabuleerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary