HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← föhnen — definición

Conjugation of föhnen

Regular CEFR B1
/ˈføː.nə(n)/

met een föhn drogen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik föhn
jij / je föhnt
hij / zij / het föhnt
wij / we föhnen
jullie föhnen
zij / ze föhnen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik föhnde
jij / je föhnde
hij / zij / het föhnde
wij / we föhnden
jullie föhnden
zij / ze föhnden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik föhne
jij / je föhne
hij / zij / het föhne
wij / we föhnen
jullie föhnen
zij / ze föhnen
Aanvoegende wijs — verleden
ik föhnde
jij / je föhnde
hij / zij / het föhnde
wij / we föhnden
jullie föhnden
zij / ze föhnden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij föhn
jullie (archaïsch) föhnt

Onbepaalde vormen

Infinitief
föhnen
Tegenwoordig deelwoord
föhnend
Voltooid deelwoord
geföhnd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary