HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← extrapoleren — definition

Conjugation of extrapoleren

Regular CEFR C1
ˌɛks.traː.poːˈleː.rə(n)

uit bekende termen van een reeks (een benadering van) daarbuiten gelegen termen berekenen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik extrapoleer
jij / je extrapoleert
hij / zij / het extrapoleert
wij / we extrapoleren
jullie extrapoleren
zij / ze extrapoleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik extrapoleerde
jij / je extrapoleerde
hij / zij / het extrapoleerde
wij / we extrapoleerden
jullie extrapoleerden
zij / ze extrapoleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik extrapolere
jij / je extrapolere
hij / zij / het extrapolere
wij / we extrapoleren
jullie extrapoleren
zij / ze extrapoleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik extrapoleerde
jij / je extrapoleerde
hij / zij / het extrapoleerde
wij / we extrapoleerden
jullie extrapoleerden
zij / ze extrapoleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij extrapoleer
jullie (archaïsch) extrapoleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
extrapoleren
Tegenwoordig deelwoord
extrapolerend
Voltooid deelwoord
geëxtrapoleerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary