HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← experimenteren — definición

Conjugation of experimenteren

Regular CEFR C2
/ˌɛkspeːrimɛnˈteːrə(n)/

iets uitproberen, een proef nemen, een experiment uitvoeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik experimenteer
jij / je experimenteert
hij / zij / het experimenteert
wij / we experimenteren
jullie experimenteren
zij / ze experimenteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik experimenteerde
jij / je experimenteerde
hij / zij / het experimenteerde
wij / we experimenteerden
jullie experimenteerden
zij / ze experimenteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik experimentere
jij / je experimentere
hij / zij / het experimentere
wij / we experimenteren
jullie experimenteren
zij / ze experimenteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik experimenteerde
jij / je experimenteerde
hij / zij / het experimenteerde
wij / we experimenteerden
jullie experimenteerden
zij / ze experimenteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij experimenteer
jullie (archaïsch) experimenteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
experimenteren
Tegenwoordig deelwoord
experimenterend
Voltooid deelwoord
geëxperimenteerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary