HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← expanderen — definition

Conjugation of expanderen

Regular CEFR B2
ˌɛkspɑnˈdeːrə(n)

in volume toenemen, zich uitbreiden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik expandeer
jij / je expandeert
hij / zij / het expandeert
wij / we expanderen
jullie expanderen
zij / ze expanderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik expandeerde
jij / je expandeerde
hij / zij / het expandeerde
wij / we expandeerden
jullie expandeerden
zij / ze expandeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik expandere
jij / je expandere
hij / zij / het expandere
wij / we expanderen
jullie expanderen
zij / ze expanderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik expandeerde
jij / je expandeerde
hij / zij / het expandeerde
wij / we expandeerden
jullie expandeerden
zij / ze expandeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij expandeer
jullie (archaïsch) expandeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
expanderen
Tegenwoordig deelwoord
expanderend
Voltooid deelwoord
geëxpandeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary