HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← etaleren — definition

Conjugation of etaleren

Regular CEFR B2
ˌeːtaːˈleːrə(n)

uitstallen, tentoonspreiden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik etaleer
jij / je etaleert
hij / zij / het etaleert
wij / we etaleren
jullie etaleren
zij / ze etaleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik etaleerde
jij / je etaleerde
hij / zij / het etaleerde
wij / we etaleerden
jullie etaleerden
zij / ze etaleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik etalere
jij / je etalere
hij / zij / het etalere
wij / we etaleren
jullie etaleren
zij / ze etaleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik etaleerde
jij / je etaleerde
hij / zij / het etaleerde
wij / we etaleerden
jullie etaleerden
zij / ze etaleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij etaleer
jullie (archaïsch) etaleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
etaleren
Tegenwoordig deelwoord
etalerend
Voltooid deelwoord
geëtaleerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary