HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← escaleren — definición

Conjugation of escaleren

Regular CEFR C2
/ˌɛs.kaːˈleː.rə(n)/

stapsgewijs toenemen in omvang, intensiteit, uit de hand lopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik escaleer
jij / je escaleert
hij / zij / het escaleert
wij / we escaleren
jullie escaleren
zij / ze escaleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik escaleerde
jij / je escaleerde
hij / zij / het escaleerde
wij / we escaleerden
jullie escaleerden
zij / ze escaleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik escalere
jij / je escalere
hij / zij / het escalere
wij / we escaleren
jullie escaleren
zij / ze escaleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik escaleerde
jij / je escaleerde
hij / zij / het escaleerde
wij / we escaleerden
jullie escaleerden
zij / ze escaleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij escaleer
jullie (archaïsch) escaleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
escaleren
Tegenwoordig deelwoord
escalerend
Voltooid deelwoord
geëscaleerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary