HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← erupteren — definition

Conjugation of erupteren

Regular CEFR B2
ˌeː.rʏpˈteː.rə(n)

to erupt, to break out Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik erupteer
jij / je erupteert
hij / zij / het erupteert
wij / we erupteren
jullie erupteren
zij / ze erupteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik erupteerde
jij / je erupteerde
hij / zij / het erupteerde
wij / we erupteerden
jullie erupteerden
zij / ze erupteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik eruptere
jij / je eruptere
hij / zij / het eruptere
wij / we erupteren
jullie erupteren
zij / ze erupteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik erupteerde
jij / je erupteerde
hij / zij / het erupteerde
wij / we erupteerden
jullie erupteerden
zij / ze erupteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij erupteer
jullie (archaïsch) erupteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
erupteren
Tegenwoordig deelwoord
erupterend
Voltooid deelwoord
geërupteerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary