HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← equiperen — definición

Conjugation of equiperen

Regular CEFR B2
/ˌeːkiˈpeːrə(n)/

voorzien van de nodige middelen om een taak te kunnen vervullen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik equipeer
jij / je equipeert
hij / zij / het equipeert
wij / we equiperen
jullie equiperen
zij / ze equiperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik equipeerde
jij / je equipeerde
hij / zij / het equipeerde
wij / we equipeerden
jullie equipeerden
zij / ze equipeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik equipere
jij / je equipere
hij / zij / het equipere
wij / we equiperen
jullie equiperen
zij / ze equiperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik equipeerde
jij / je equipeerde
hij / zij / het equipeerde
wij / we equipeerden
jullie equipeerden
zij / ze equipeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij equipeer
jullie (archaïsch) equipeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
equiperen
Tegenwoordig deelwoord
equiperend
Voltooid deelwoord
geëquipeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary