HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← epileren — definition

Conjugation of epileren

Regular CEFR B2
ˌeː.piˈleː.rə(n)

ontharen (met een pincet, was, hars of een (elektrisch) epileerapparaat dat met kleine pincetjes of tangetjes automatisch haartjes uittrekt) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik epileer
jij / je epileert
hij / zij / het epileert
wij / we epileren
jullie epileren
zij / ze epileren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik epileerde
jij / je epileerde
hij / zij / het epileerde
wij / we epileerden
jullie epileerden
zij / ze epileerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik epilere
jij / je epilere
hij / zij / het epilere
wij / we epileren
jullie epileren
zij / ze epileren
Aanvoegende wijs — verleden
ik epileerde
jij / je epileerde
hij / zij / het epileerde
wij / we epileerden
jullie epileerden
zij / ze epileerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij epileer
jullie (archaïsch) epileert

Onbepaalde vormen

Infinitief
epileren
Tegenwoordig deelwoord
epilerend
Voltooid deelwoord
geëpileerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary