HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← emmeren — definition

Conjugation of emmeren

Regular CEFR B1
ˈɛ.mə.rə(n)

zaniken, zeiken, zeuren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik emmer
jij / je emmert
hij / zij / het emmert
wij / we emmeren
jullie emmeren
zij / ze emmeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik emmerde
jij / je emmerde
hij / zij / het emmerde
wij / we emmerden
jullie emmerden
zij / ze emmerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik emmere
jij / je emmere
hij / zij / het emmere
wij / we emmeren
jullie emmeren
zij / ze emmeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik emmerde
jij / je emmerde
hij / zij / het emmerde
wij / we emmerden
jullie emmerden
zij / ze emmerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij emmer
jullie (archaïsch) emmert

Onbepaalde vormen

Infinitief
emmeren
Tegenwoordig deelwoord
emmerend
Voltooid deelwoord
geëmmerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary