HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← emanciperen — definition

Conjugation of emanciperen

Regular CEFR C1
ˌeːmɑnsiˈpeːrə(n)

bevrijden van sociale, politieke, wettelijke enz. belemmeringen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik emancipeer
jij / je emancipeert
hij / zij / het emancipeert
wij / we emanciperen
jullie emanciperen
zij / ze emanciperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik emancipeerde
jij / je emancipeerde
hij / zij / het emancipeerde
wij / we emancipeerden
jullie emancipeerden
zij / ze emancipeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik emancipere
jij / je emancipere
hij / zij / het emancipere
wij / we emanciperen
jullie emanciperen
zij / ze emanciperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik emancipeerde
jij / je emancipeerde
hij / zij / het emancipeerde
wij / we emancipeerden
jullie emancipeerden
zij / ze emancipeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij emancipeer
jullie (archaïsch) emancipeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
emanciperen
Tegenwoordig deelwoord
emanciperend
Voltooid deelwoord
geëmancipeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary