HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← eigenen — definition

Conjugation of eigenen

Regular CEFR B1
ˈɛi̯ɣənə(n)

zich ~ tot geschikt zijn voor iets, zich lenen voor Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik eigen
jij / je eigent
hij / zij / het eigent
wij / we eigenen
jullie eigenen
zij / ze eigenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik eigende
jij / je eigende
hij / zij / het eigende
wij / we eigenden
jullie eigenden
zij / ze eigenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik eigene
jij / je eigene
hij / zij / het eigene
wij / we eigenen
jullie eigenen
zij / ze eigenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik eigende
jij / je eigende
hij / zij / het eigende
wij / we eigenden
jullie eigenden
zij / ze eigenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij eigen
jullie (archaïsch) eigent

Onbepaalde vormen

Infinitief
eigenen
Tegenwoordig deelwoord
eigenend
Voltooid deelwoord
geëigend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary