HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← eggen — definition

Conjugation of eggen

Regular CEFR B1
ˈɛɣə(n)

de grond bewerken met een eg, waarbij kleine geultjes gemaakt worden om daarna te zaaien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik eg
jij / je egt
hij / zij / het egt
wij / we eggen
jullie eggen
zij / ze eggen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik egde
jij / je egde
hij / zij / het egde
wij / we egden
jullie egden
zij / ze egden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik egge
jij / je egge
hij / zij / het egge
wij / we eggen
jullie eggen
zij / ze eggen
Aanvoegende wijs — verleden
ik egde
jij / je egde
hij / zij / het egde
wij / we egden
jullie egden
zij / ze egden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij eg
jullie (archaïsch) egt

Onbepaalde vormen

Infinitief
eggen
Tegenwoordig deelwoord
eggend
Voltooid deelwoord
geëgd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary