HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← effenen — definición

Conjugation of effenen

Regular CEFR B1
/ˈɛfənə(n)/

gelijk of vlak maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik effen
jij / je effent
hij / zij / het effent
wij / we effenen
jullie effenen
zij / ze effenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik effende
jij / je effende
hij / zij / het effende
wij / we effenden
jullie effenden
zij / ze effenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik effene
jij / je effene
hij / zij / het effene
wij / we effenen
jullie effenen
zij / ze effenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik effende
jij / je effende
hij / zij / het effende
wij / we effenden
jullie effenden
zij / ze effenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij effen
jullie (archaïsch) effent

Onbepaalde vormen

Infinitief
effenen
Tegenwoordig deelwoord
effenend
Voltooid deelwoord
geëffend

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary