HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← echapperen — definition

Conjugation of echapperen

Regular CEFR B2
eːʃɑˈpeːrə(n)

to escape, to flee Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik echappeer
jij / je echappeert
hij / zij / het echappeert
wij / we echapperen
jullie echapperen
zij / ze echapperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik echappeerde
jij / je echappeerde
hij / zij / het echappeerde
wij / we echappeerden
jullie echappeerden
zij / ze echappeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik echappere
jij / je echappere
hij / zij / het echappere
wij / we echapperen
jullie echapperen
zij / ze echapperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik echappeerde
jij / je echappeerde
hij / zij / het echappeerde
wij / we echappeerden
jullie echappeerden
zij / ze echappeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij echappeer
jullie (archaïsch) echappeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
echapperen
Tegenwoordig deelwoord
echapperend
Voltooid deelwoord
geëchappeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary