HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← duiden — definition

Conjugation of duiden

Regular CEFR C2
ˈdœy̯də(n)

duiden op: een teken zijn dat iets gaat gebeuren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik duid
jij / je duidt
hij / zij / het duidt
wij / we duiden
jullie duiden
zij / ze duiden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik duidde
jij / je duidde
hij / zij / het duidde
wij / we duidden
jullie duidden
zij / ze duidden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik duide
jij / je duide
hij / zij / het duide
wij / we duiden
jullie duiden
zij / ze duiden
Aanvoegende wijs — verleden
ik duidde
jij / je duidde
hij / zij / het duidde
wij / we duidden
jullie duidden
zij / ze duidden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij duid
jullie (archaïsch) duidt

Onbepaalde vormen

Infinitief
duiden
Tegenwoordig deelwoord
duidend
Voltooid deelwoord
geduid

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary