HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dubbelchecken — definition

Conjugation of dubbelchecken

Regular CEFR C1

een tweede keer controleren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dubbelcheck
jij / je dubbelcheckt
hij / zij / het dubbelcheckt
wij / we dubbelchecken
jullie dubbelchecken
zij / ze dubbelchecken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dubbelcheckte
jij / je dubbelcheckte
hij / zij / het dubbelcheckte
wij / we dubbelcheckten
jullie dubbelcheckten
zij / ze dubbelcheckten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dubbelchecke
jij / je dubbelchecke
hij / zij / het dubbelchecke
wij / we dubbelchecken
jullie dubbelchecken
zij / ze dubbelchecken
Aanvoegende wijs — verleden
ik dubbelcheckte
jij / je dubbelcheckte
hij / zij / het dubbelcheckte
wij / we dubbelcheckten
jullie dubbelcheckten
zij / ze dubbelcheckten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dubbelcheck
jullie (archaïsch) dubbelcheckt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dubbelchecken
Tegenwoordig deelwoord
dubbelcheckend
Voltooid deelwoord
gedubbelcheckt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary