HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← druppen — definición

Conjugation of druppen

Regular CEFR B1
/ˈdrʏ.pə(n)/

druipen, druppelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik drup
jij / je drupt
hij / zij / het drupt
wij / we druppen
jullie druppen
zij / ze druppen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik drupte
jij / je drupte
hij / zij / het drupte
wij / we drupten
jullie drupten
zij / ze drupten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik druppe
jij / je druppe
hij / zij / het druppe
wij / we druppen
jullie druppen
zij / ze druppen
Aanvoegende wijs — verleden
ik drupte
jij / je drupte
hij / zij / het drupte
wij / we drupten
jullie drupten
zij / ze drupten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij drup
jullie (archaïsch) drupt

Onbepaalde vormen

Infinitief
druppen
Tegenwoordig deelwoord
druppend
Voltooid deelwoord
gedrupt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary