HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← drieken — definition

Conjugation of drieken

Regular CEFR B1
ˈdrikə(n)

to poop Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik driek
jij / je driekt
hij / zij / het driekt
wij / we drieken
jullie drieken
zij / ze drieken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik driekte
jij / je driekte
hij / zij / het driekte
wij / we driekten
jullie driekten
zij / ze driekten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik drieke
jij / je drieke
hij / zij / het drieke
wij / we drieken
jullie drieken
zij / ze drieken
Aanvoegende wijs — verleden
ik driekte
jij / je driekte
hij / zij / het driekte
wij / we driekten
jullie driekten
zij / ze driekten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij driek
jullie (archaïsch) driekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
drieken
Tegenwoordig deelwoord
driekend
Voltooid deelwoord
gedriekt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary