HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dribbelen — definition

Conjugation of dribbelen

Regular CEFR C2
ˈdrɪ.bə.lə(n)

met de bal aan de voet over het veld heen lopen of rennen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dribbel
jij / je dribbelt
hij / zij / het dribbelt
wij / we dribbelen
jullie dribbelen
zij / ze dribbelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dribbelde
jij / je dribbelde
hij / zij / het dribbelde
wij / we dribbelden
jullie dribbelden
zij / ze dribbelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dribbele
jij / je dribbele
hij / zij / het dribbele
wij / we dribbelen
jullie dribbelen
zij / ze dribbelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik dribbelde
jij / je dribbelde
hij / zij / het dribbelde
wij / we dribbelden
jullie dribbelden
zij / ze dribbelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dribbel
jullie (archaïsch) dribbelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dribbelen
Tegenwoordig deelwoord
dribbelend
Voltooid deelwoord
gedribbeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary