HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dresseren — definition

Conjugation of dresseren

Regular CEFR B2
ˌdrɛˈseː.rə(n)

voor aflevering opmaken (b.v. bij van vlees, wild, gevogelte of een schotel) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dresseer
jij / je dresseert
hij / zij / het dresseert
wij / we dresseren
jullie dresseren
zij / ze dresseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dresseerde
jij / je dresseerde
hij / zij / het dresseerde
wij / we dresseerden
jullie dresseerden
zij / ze dresseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dressere
jij / je dressere
hij / zij / het dressere
wij / we dresseren
jullie dresseren
zij / ze dresseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik dresseerde
jij / je dresseerde
hij / zij / het dresseerde
wij / we dresseerden
jullie dresseerden
zij / ze dresseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dresseer
jullie (archaïsch) dresseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
dresseren
Tegenwoordig deelwoord
dresserend
Voltooid deelwoord
gedresseerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary