HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← drammen — definition

Conjugation of drammen

Regular CEFR B1
ˈdrɑmə(n)

aandringen, aanhoudend zeuren, zaniken, zeiken, je zin proberen te krijgen op een vervelende manier Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dram
jij / je dramt
hij / zij / het dramt
wij / we drammen
jullie drammen
zij / ze drammen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dramde
jij / je dramde
hij / zij / het dramde
wij / we dramden
jullie dramden
zij / ze dramden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dramme
jij / je dramme
hij / zij / het dramme
wij / we drammen
jullie drammen
zij / ze drammen
Aanvoegende wijs — verleden
ik dramde
jij / je dramde
hij / zij / het dramde
wij / we dramden
jullie dramden
zij / ze dramden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dram
jullie (archaïsch) dramt

Onbepaalde vormen

Infinitief
drammen
Tegenwoordig deelwoord
drammend
Voltooid deelwoord
gedramd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary