HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← douwen — definición

Conjugation of douwen

Regular CEFR B1
/ˈdɑu̯.ə(n)/

duwen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik douw
jij / je douwt
hij / zij / het douwt
wij / we douwen
jullie douwen
zij / ze douwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik douwde
jij / je douwde
hij / zij / het douwde
wij / we douwden
jullie douwden
zij / ze douwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik douwe
jij / je douwe
hij / zij / het douwe
wij / we douwen
jullie douwen
zij / ze douwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik douwde
jij / je douwde
hij / zij / het douwde
wij / we douwden
jullie douwden
zij / ze douwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij douw
jullie (archaïsch) douwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
douwen
Tegenwoordig deelwoord
douwend
Voltooid deelwoord
gedouwd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary