HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← douchen — definición

Conjugation of douchen

Regular CEFR B2
/ˈduʃə(n)/

een douche nemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik douch
jij / je doucht
hij / zij / het doucht
wij / we douchen
jullie douchen
zij / ze douchen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik douchte
jij / je douchte
hij / zij / het douchte
wij / we douchten
jullie douchten
zij / ze douchten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik douche
jij / je douche
hij / zij / het douche
wij / we douchen
jullie douchen
zij / ze douchen
Aanvoegende wijs — verleden
ik douchte
jij / je douchte
hij / zij / het douchte
wij / we douchten
jullie douchten
zij / ze douchten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij douch
jullie (archaïsch) doucht

Onbepaalde vormen

Infinitief
douchen
Tegenwoordig deelwoord
douchend
Voltooid deelwoord
gedoucht

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary