HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← doorweken — definition

Conjugation of doorweken

Regular CEFR B2
ˌdoːrˈʋeː.kə(n)

weken tot alles door en door nat is Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik doorweek
jij / je doorweekt
hij / zij / het doorweekt
wij / we doorweken
jullie doorweken
zij / ze doorweken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik doorweekte
jij / je doorweekte
hij / zij / het doorweekte
wij / we doorweekten
jullie doorweekten
zij / ze doorweekten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik doorweke
jij / je doorweke
hij / zij / het doorweke
wij / we doorweken
jullie doorweken
zij / ze doorweken
Aanvoegende wijs — verleden
ik doorweekte
jij / je doorweekte
hij / zij / het doorweekte
wij / we doorweekten
jullie doorweekten
zij / ze doorweekten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij doorweek
jullie (archaïsch) doorweekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
doorweken
Tegenwoordig deelwoord
doorwekend
Voltooid deelwoord
doorweekt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary