HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← doorlopen — definition

Conjugation of doorlopen

Regular CEFR B1
ˌdoːrˈloːpə(n)

iets als een een cursus, opleiding e.d. stapsgewijs voltooien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik doorloop
jij / je doorloopt
hij / zij / het doorloopt
wij / we doorlopen
jullie doorlopen
zij / ze doorlopen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik doorliep
jij / je doorliep
hij / zij / het doorliep
wij / we doorliepen
jullie doorliepen
zij / ze doorliepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik doorlope
jij / je doorlope
hij / zij / het doorlope
wij / we doorlopen
jullie doorlopen
zij / ze doorlopen
Aanvoegende wijs — verleden
ik doorliepe
jij / je doorliepe
hij / zij / het doorliepe
wij / we doorliepen
jullie doorliepen
zij / ze doorliepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij doorloop
jullie (archaïsch) doorloopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
doorlopen
Tegenwoordig deelwoord
doorlopend
Voltooid deelwoord
doorlopen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary