HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← domineren — definition

Conjugation of domineren

Regular CEFR C2
doːmiˈneːrə(n)

het meest nadrukkelijk op de voorgrond treden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik domineer
jij / je domineert
hij / zij / het domineert
wij / we domineren
jullie domineren
zij / ze domineren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik domineerde
jij / je domineerde
hij / zij / het domineerde
wij / we domineerden
jullie domineerden
zij / ze domineerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dominere
jij / je dominere
hij / zij / het dominere
wij / we domineren
jullie domineren
zij / ze domineren
Aanvoegende wijs — verleden
ik domineerde
jij / je domineerde
hij / zij / het domineerde
wij / we domineerden
jullie domineerden
zij / ze domineerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij domineer
jullie (archaïsch) domineert

Onbepaalde vormen

Infinitief
domineren
Tegenwoordig deelwoord
dominerend
Voltooid deelwoord
gedomineerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary