HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← domesticeren — definition

Conjugation of domesticeren

Regular CEFR C1
ˌdoːmɛstiˈseːrə(n)

wilde dieren en planten geschikt maken voor (huishoudelijk) gebruik door mensen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik domesticeer
jij / je domesticeert
hij / zij / het domesticeert
wij / we domesticeren
jullie domesticeren
zij / ze domesticeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik domesticeerde
jij / je domesticeerde
hij / zij / het domesticeerde
wij / we domesticeerden
jullie domesticeerden
zij / ze domesticeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik domesticere
jij / je domesticere
hij / zij / het domesticere
wij / we domesticeren
jullie domesticeren
zij / ze domesticeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik domesticeerde
jij / je domesticeerde
hij / zij / het domesticeerde
wij / we domesticeerden
jullie domesticeerden
zij / ze domesticeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij domesticeer
jullie (archaïsch) domesticeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
domesticeren
Tegenwoordig deelwoord
domesticerend
Voltooid deelwoord
gedomesticeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary