HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dollen — definition

Conjugation of dollen

Regular CEFR C1
ˈdɔlə(n)

spelen, stoeien, spotten, gek doen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dol
jij / je dolt
hij / zij / het dolt
wij / we dollen
jullie dollen
zij / ze dollen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dolde
jij / je dolde
hij / zij / het dolde
wij / we dolden
jullie dolden
zij / ze dolden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dolle
jij / je dolle
hij / zij / het dolle
wij / we dollen
jullie dollen
zij / ze dollen
Aanvoegende wijs — verleden
ik dolde
jij / je dolde
hij / zij / het dolde
wij / we dolden
jullie dolden
zij / ze dolden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dol
jullie (archaïsch) dolt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dollen
Tegenwoordig deelwoord
dollend
Voltooid deelwoord
gedold

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary