HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dolken — definition

Conjugation of dolken

Regular CEFR C2
ˈdɔlkə(n)

to stab with a dagger Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dolk
jij / je dolkt
hij / zij / het dolkt
wij / we dolken
jullie dolken
zij / ze dolken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dolkte
jij / je dolkte
hij / zij / het dolkte
wij / we dolkten
jullie dolkten
zij / ze dolkten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dolke
jij / je dolke
hij / zij / het dolke
wij / we dolken
jullie dolken
zij / ze dolken
Aanvoegende wijs — verleden
ik dolkte
jij / je dolkte
hij / zij / het dolkte
wij / we dolkten
jullie dolkten
zij / ze dolkten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dolk
jullie (archaïsch) dolkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dolken
Tegenwoordig deelwoord
dolkend
Voltooid deelwoord
gedolkt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary