HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dolen — definition

Conjugation of dolen

Regular CEFR C2
ˈdoːlə(n)

doelloos, richtingloos rondlopen, dwalen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dool
jij / je doolt
hij / zij / het doolt
wij / we dolen
jullie dolen
zij / ze dolen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik doolde
jij / je doolde
hij / zij / het doolde
wij / we doolden
jullie doolden
zij / ze doolden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dole
jij / je dole
hij / zij / het dole
wij / we dolen
jullie dolen
zij / ze dolen
Aanvoegende wijs — verleden
ik doolde
jij / je doolde
hij / zij / het doolde
wij / we doolden
jullie doolden
zij / ze doolden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dool
jullie (archaïsch) doolt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dolen
Tegenwoordig deelwoord
dolend
Voltooid deelwoord
gedoold

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary