HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← doelen — definition

Conjugation of doelen

Regular CEFR B2
ˈdulə(n)

~ op: verwijzen naar iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik doel
jij / je doelt
hij / zij / het doelt
wij / we doelen
jullie doelen
zij / ze doelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik doelde
jij / je doelde
hij / zij / het doelde
wij / we doelden
jullie doelden
zij / ze doelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik doele
jij / je doele
hij / zij / het doele
wij / we doelen
jullie doelen
zij / ze doelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik doelde
jij / je doelde
hij / zij / het doelde
wij / we doelden
jullie doelden
zij / ze doelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij doel
jullie (archaïsch) doelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
doelen
Tegenwoordig deelwoord
doelend
Voltooid deelwoord
gedoeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary