HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← doceren — definición

Conjugation of doceren

Regular CEFR B1
/doːˈseːrə(n)/

een universitair college verzorgen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik doceer
jij / je doceert
hij / zij / het doceert
wij / we doceren
jullie doceren
zij / ze doceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik doceerde
jij / je doceerde
hij / zij / het doceerde
wij / we doceerden
jullie doceerden
zij / ze doceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik docere
jij / je docere
hij / zij / het docere
wij / we doceren
jullie doceren
zij / ze doceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik doceerde
jij / je doceerde
hij / zij / het doceerde
wij / we doceerden
jullie doceerden
zij / ze doceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij doceer
jullie (archaïsch) doceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
doceren
Tegenwoordig deelwoord
docerend
Voltooid deelwoord
gedoceerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary